Doorgaan naar hoofdcontent

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

 

Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk?


Twijfel

Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht.

Alfie Kohn zei: “Kinderen leren goede keuzes maken door keuzes te maken, niet door instructies op te volgen.” De school is een ideale oefenplaats hiervoor. Uiteindelijk wil je op het einde van de basisschool kritische zelfsturende en ondernemende tieners zien en dus leer je kinderen om zelfstandig aan de slag te gaan en om zelf hun taken te verbeteren. Je laat hen ondervinden welk onderwerp ze eerst willen onderzoeken of welke taak ze prioritair willen aanpakken. Dat hele groeiproces start in de kleuterschool vanaf het moment dat jonge kleuters het vertrouwen krijgen van hun leerkracht om dingen uit te proberen, te oefenen en te falen. Hoe ver kan je hierin gaan met kleuters? En hoe ga je om met de verschillen tussen kinderen als het gaat over loslaten?


Verschillen tussen kinderen

Je stelt vast dat je Loubna blindelings kan vertrouwen wanneer ze met haar poppen in de gang wandelt terwijl je weet dat je Daan best geen halve minuut de rug toedraait want anders loopt er wel iets in de soep.  Sommige kinderen raken steeds maar in conflict wanneer ze ook maar even uit het zicht van de leerkracht aan het spelen zijn terwijl andere kinderen perfect tot spel kunnen komen op het voetbalveld aan de andere kant van de speelplaats en waar er geen toezicht is. Tussen kinderen zijn hierin heel wat verschillen.

Het zelfstandig spelen, het zelfsturend handelen is een leerproces. Sommige kinderen kunnen letterlijk meer vrijheid aan dan andere kinderen. Dat brengt je bij de vraag: Wanneer kan je loslaten? Wanneer hoef je niet permanent nabij te zijn?  Ook hier kunnen (net zoals in het lager) de zones van nabijheid een houvast zijn voor de kleuters én voor jou als leerkracht.


Jouw norm

In eerste instantie zal jij de ‘norm’ gaan bepalen. Dat gaat over duidelijkheid creëren voor jezelf en voor de kinderen. Welk soort gedrag/ spel verwacht je van een kleuter en wat net niet?

De norm bij betrokken spel of activiteit kan dan als volgt gelegd worden. In spel of activiteiten zullen  kinderen:

·        zichzelf niet in gevaar brengen. Bijvoorbeeld: ‘niet balanceren op de nok van het speelhuisje.’

·        de anderen geen kwaad berokkenen. Bijvoorbeeld: ‘anderen niet dwarsbomen, materiaal afpakken, duwen, …’

·        materiaal op een respectvolle manier gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘met de k’nex zal je niet lang kunnen bouwen wanneer je die gebruikt om te voetballen’

Wanneer kinderen deze drie afspraken volgen dan hoeven ze geen direct toezicht van een leerkracht. Wanneer ze een of meerdere van deze afspraken niet volgen, is een zeker vorm van nabijheid van de leerkracht nodig om kinderen bij deze drie afspraken te begeleiden.  


Zones van nabijheid

Om dit besef en dit groeien te ondersteunen kan je gebruik maken van de zones van nabijheid. Op die manier visualiseer je voor het kind de reeds verworven vrijheid en het leerproces.

 

Stap 1:

Denk na over verschillende spelzones waar de kinderen uit je klas zelfstandig en veilig kunnen vertoeven. Bijvoorbeeld: in de hoek, een ander klaslokaal, op de speelplaats,..

Stap 2:

Daarna kan je deze ordenen volgens de gradatie van nabijheid tot de leerkracht. De mate waarin de leerkracht permanent toezicht kan houden op het spel van de kinderen.

Zone 1: de plek waar je als leerkracht bijna permanent toezicht hebt. Je hoort en ziet wat er gebeurt.

Zone 2: een plek die nog steeds in de klas is maar waar je minder zicht of controle over hebt. Een verdiep, een wegkruiphoek,…

Zone 3: een plek die niet meer in de klas is, maar wel nabij doordat je er zicht op hebt. Een ander klaslokaal aan de overkant van de gang, de buitenhoek van het eigen klaslokaal,…

Zone 4: een plek die bruikbaar is maar waar je niet direct zicht of controle over hebt. De turnzaal, de buitentuin,..

 

Stap 3:

Introduceer deze visualisatie bij de kinderen en laat hen hun foto of symbool op de schijf hangen.


Stap 4:

Gebruik dit om met kinderen in gesprek te gaan wanneer het hen niet lukte om binnen een bepaalde zone aan de slag te gaan.

Op basis van die zones van nabijheid kan je de ‘vrijheid’ die kinderen aankunnen visualiseren en bespreken. Verschillende zones, evenveel concentrische cirkels. Wanneer kinderen de vrijheid nog moeilijk aankunnen komt hun symbool in de middelste cirkel. Wanneer ze meer vrijheid willen kunnen ze hun symbool (in samenspraak met de leerkracht) verzetten naar een buiten cirkel. Cirkel voor cirkel groeien ze verder weg van het centrum. Ze krijgen steeds meer ruimte waarin ze zelfstandig handelen en zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag en spel.

Loopt er eens iets fout, dan bespreek je dat samen met hen en keren ze opnieuw terug naar de centrale zone om van daaruit opnieuw te groeien naar de buitencirkel. Om dan opnieuw stap voor stap hun vrijheid uit te breiden.

Meer lezen hierover:

·        Holvoet, M. (2019a april). Oefenen in autonomie met de “cirkel van vertrouwen”. Kleuters & ik, 35(3), 9–11.

·        Holvoet, M., & Heylen, L. (2020). Ruimte voor initiatief in het basisonderwijs met kleuters (1ste editie). Tielt, Belgium: LannooCampus. NIEUW 










Reacties

Populaire posts van deze blog

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w

Kus de talenten wakker! (deel 2) - De talentenarchipel (Ivan Van Gucht)

Een s chatkaart om talentenkiemen te ontdekken De talentenarchipel is een verzameling van eilanden die wordt weergegeven als een landkaart of schatkaart. Elk eiland heeft een bijzonder betekenis en verwijst naar een van de negen competenties of ontwikkelingsdomeinen. Op de eilanden kunnen kinderen hun interesses en talenten ontdekken. Elk van deze eilanden is onderdeel van een groter geheel. Dat grotere geheel is het mannetje dat wordt gevormd door al deze eilanden samen. Geen enkel eiland misbaar De archipel heeft een symbolische waarde. De eilanden liggen weliswaar los van elkaar in het water, maar geen enkel eiland is misbaar, omdat dan het geheel niet meer compleet is. De eilanden worden in eerste instantie los van elkaar benaderd. Maar zowat elke activiteit die kinderen doen, kun je op meerdere eilanden plaatsen. Er zijn dus veel raakvlakken en overlappingen.   Talenten ontdekken De visuele vormgeving van de archipel spreekt kinderen aan. Het idee dat je op die eilanden

Leerachterstand. Leerachterstand. Leerachterstand. Je hoort haast niets anders als het over onderwijs gaat. - Ludo Heylen

  “Stuur kinderen niet met een stempel “leerachterstand” de toekomst in!" (Marcel van Herpen). De jongste maanden worden we voortdurend geconfronteerd met uitspraken en krantenkoppen rond de opgelopen leerachterstand van onze kinderen/jongeren tijdens deze corona pandemie. Sommige spreken al van een historische achterstand, van een corona-generatie, ja zelfs een verloren generatie.  En net daar wringt het schoentje. Mogelijk is de manier waarop er over deze generatie gepraat wordt nefast voor hun ontwikkeling. Deze stempel drukt echt wel op onze schoolgaande jeugd.   "Als je kinderen van jongs af aan laat weten dat ze een achterstand hebben, gaan ze zich daar naar gedragen. Dat heeft geweldige beperkingen voor een ongelooflijk potentieel wat we verloren laten gaan [1] .”   Je zal meer een kind van nu zijn! Ik citeer graag Yvonne Zandhuis die als directeur een brief schrijft naar de ouders en leerkrachten omdat ze zich ergert aan de negatieve berichtgeving over de le