Doorgaan naar hoofdcontent

Klussende kleuters & onverwachte leerkansen - Marieke Holvoet

Kinderen opvoeden en kinderen in ontwikkeling brengen, het lijkt soms al moeilijk genoeg, zonder al die praktische klusjes die er dagelijks bijkomen om het geheel draaiende te houden. Vaak zien we dat als een last, een opgave die er nog maar eens bijkomt. En toch zijn het net deze klusjes, deze routinemomenten die heel wat mogelijkheden met zich meebrengen. 
Leren en ontwikkelen kan immers altijd, ook thuis, ook zonder ellenlange voorbereidingen of een tripje naar de speelgoedwinkel. Zolang we voldoende AANDACHT besteden aan wat er gebeurt. Twee vliegen in één klap dus. Onze routinematige klusjes verder uitvoeren, mét aandacht voor de leer- en ontwikkelkansen die ze met zich meebrengen voor kinderen. 
Je kan het je zo al indenken, net wanneer jij had gedacht om de vloer eens te vegen komt je kleuter rond  je benen hangen. Op dat moment is het enkel dát wat hij nog wil. Geen tekeningen meer maken, niet meer met de poppenwagen spelen. Zelfs de tablet kan hem niet bekoren op dat moment. Enkel meedoen met jou, samen de vloer vegen.

Klussen als leerkans 

Laat dat nu net een klusje zijn waarbij er een zekere bewustmaking rond hygiëne en netheid gebeurt. Je kan je kleuter natuurlijk een kleine borstel in de hand drukken om te vegen, maar een kleuter wil ‘the real deal’. Die wil het ook écht doen. Met een gewone, grote veegborstel, en dan nog liefst die van jou. Een borstel waarbij hij voelt dat ‘controle houden over die lange steel’ echt niet zo gemakkelijk is, maar waarbij hij het gevoel heeft dat hij er nét als de volwassenen mee aan de slag kan gaan. Toch een tip: laat je kleuter best eerst vegen op plaatsen waar je breekbare spullen niet in gevaar zijn! Zo kan hij oefenen op zijn motorische vaardigheden. 
Deze relatief complexe vaardigheid is een perfect oefenmoment voor zijn tweehandigheid: één hand hoger aan de steel, de andere meer onderaan. Bewegen terwijl de borstel de grond blijft raken en de steel net niets mag raken. 
Er zijn echter nog meer uitdagingen bij het vegen van de vloer! Wordt ie ook echt properder van de ‘veegvaardigheden’ van je kleuter, of veegt hij gewoon wat in het wilde weg? Nu wordt het een kwestie van ook een richting en een doel aan te geven. “Veeg alle stof naar de deur.”  of  “Alle vuil mag onder die ene stoel.” Het is vooral belangrijk dat je kleuter tijdens het vegen stilaan meer rekening houdt met aangegeven plaatsaanduidingen. Jawel, alweer een ontwikkelingsdoel dat onder de aandacht wordt gebracht.
Bewonder nadien ook het opgeveegde vuil. Hoeveel kreeg je kleine rakker op het blik? Wanneer je twee zo’n kapoenen hebt, kan je hun verzamelde vuil zelfs vergelijken. Doe het in doorzichtige afsluitbare zakjes en laat hen dit bekijken en beschrijven wat ze zien. Je betrekt er ineens ook wiskundige initiatie bij en voila, een nieuw leermoment ontstaat. ‘Wie heeft meer opgeveegd?’ ‘Wiens zakje weegt het zwaarst?’ Intussen zijn de kinderen bezig met waarnemen en leren ze strategieën om te meten en te vergelijken. De weegschaal gebruiken, de zakjes tegen elkaar houden, voelen,… Kleuters vinden het heerlijk om al die dingen te bespreken, ten minste, als ze lijken op de kleuters waar ik al die jaren voor heb mogen zorgen! (Jawel, ook hun drolletje in de pot wordt graag beschreven.)

Klussen 2.0

Zijn er nog extra uitdagingen die je hen kan geven? Natuurlijk wel. Kunnen ze ook het stof onder de kast vandaan krijgen? Krijgen ze hun zakje vol op zoek naar méér stof? En wat met het speelgoed dat onder de zetel is beland? Hoe krijgen ze dat er onderuit? Dat is pas probleemoplossend denken, vanuit echte situaties, in je eigen woonkamer. 

Op motorisch vlak kan je de uitdaging aanpassen aan de ontwikkeling van je kind. Wie veegt met de handborstel? Wie kan de trap al vegen? Wie is specialist in het schoonvegen van kleine vlakken met een penseel? Denk maar aan het toetsenbord van de computer, de collectie miniatuurauto's van papa of de reeks Afrikaanse beeldjes op de vensterbank. Dit kan zeker tellen als een oefening op fijne motoriek en pengreep. Heb je een kleuter die zich eerder aangesproken voelt door techniek? Geef hem dan zeker de kans om met de stofzuiger te worstelen (want dat zal het in eerste instantie zijn). Hoe beweeg ik met de stofzuiger en die vervelende flexibele buis tussen de tafel en de kast? Hoe geraak ik met de zuigslang toch achter de kattenbak zonder deze per ongeluk leeg te zuigen?


Natuurlijk zal je kleuter niet plots het hele huis stofvrij krijgen. Zijn taakspanning is immers nog beperkt. Het voordeel is echter wél dat je kleuter op een pedagogische manier bezig is geweest met een huishoudelijke taak. 

Samen genieten van het resultaat

Beloon jezelf en je kleuter na afloop met een tasje thee en een sapje waarbij je elkaars werk bewondert. Waarom hebben we de vloer geveegd? Is de vloer nu echt schoon? Poetsen is ook goed kijken…is ons dat gelukt of keken we over de kruimels in de kleine hoeken? Keek je kleuter naar details of nam het motorische alle aandacht in beslag? 
Je zal de eerste keer hééél lang doen over het vegen van je woonkamer (zie je het nog zitten? ;)), maar besef dat je vanaf dat moment een vaste huishoudhulp in de buurt hebt die het gaandeweg zonder jou zal kunnen. Meer nog,  na het vegen, kan het snijden van fruit aan bod komen, het legen van de vuilnisbak en de afwas. 
Bij dergelijke routinematige activiteiten komen heel wat leerkansen aan bod. Toch wanneer we ze als dusdanig willen zien en aangrijpen. Het enige waar wij op moeten letten is tijd maken en ruimte geven aan de kleuter om het zelf te doen. Wanneer we dat doen kunnen er onverwachte en prachtige leersituaties opduiken. 
Ook zin om meteen met je eigen kleuters thuis uit te proberen? Het is er de geschikte periode voor! En voor alle kleuterjuffen en -meesters: iets om zeker uit te proberen en te integreren  in je klaswerking. Ik wens je alvast veel plezier en ook wel wat moed! 

Marieke

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over minder of net meer welbevinden? - Ludo Heylen

De onderzoeken van TIMMS (een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in wiskunde en wetenschappen, afgenomen in 2019) zijn gepubliceerd en zorgen voor heel wat onrust. Door de blijvende dalende trend in de resultaten voor zowel wiskunde als wetenschappen dreigt Vlaanderen zijn positie in de topgroep verloren te zien gaan [1] . Bij begrijpend lezen was dat ook al zo (Pisa 2018) [2] .  En dus gaat het hele onderwijslandschap op de schop. Net als twee jaren geleden wordt in allerlei media – vaak door dezelfde auteurs - een beschuldigende vinger opgestoken naar het feit dat Vlaanderen te veel zou bezig zijn met welbevinden, met het prettig maken van de lessen en niet met de essentie van het onderwijsverhaal. Koen Daniëls (NVA) zei onlangs op de radio dat er te veel was ingezet op welbevinden en dat de slinger is doorgeslagen. Maar gaat het wel om een of-of-discussie? Is het niet én-én? Hebben we het welbevinden niet nodig om goede leerresultaten te kunnen nastreven

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

  Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk? Twijfel Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht. Alf

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w