Doorgaan naar hoofdcontent

Verbondenheid: nu meer dan ooit - Thaila Stoffelen

In tijden van de coronacrisis worden we enorm geconfronteerd met de drang naar verbondenheid. Ieder kind, iedere volwassene heeft er immers nood aan. Ieder van ons wil zich verbonden voelen met iets of iemand. Als opvoeder, begeleider, leerkracht of ouder is het belangrijk om dit gevoel ook bij kinderen te stimuleren. Verbondenheid is immers het fundament van waaruit waardevol gedrag wordt bepaald. Willen we bijvoorbeeld werken aan ‘ongewenst’ gedrag, dan staan we voor de uitdaging om te bekijken waar de verbinding niet sterk genoeg is.

De opmerkelijke woorden van Maggie De Block (‘Blijf in uw kot. Ik meen het!’) betekenen dat we onze familie, vrienden en collega’s minder (of zelfs niet) kunnen zien. Veel mensen voelen hun verbondenheid in het gedrang komen en dat merken we! 

Creatieve verbinding
In Italië zagen we overal spandoeken met steunbetuigingen op verschillende balkons verschijnen. Daarna volgde een spontaan samenspel van muziek met de verschillende buren. De verbondenheid is haast voelbaar: buren die elkaar nooit eerder gesproken hebben, maken in tijden van crisis samen muziek. 

Ook hier zijn kinderen en volwassenen op zoek gegaan naar creatieve oplossingen om in contact te blijven met (groot)ouders zonder hen in gevaar te brengen. Allerhande tekeningen en brieven voor bewoners van woonzorgcentra zodat zij zich niet alleen zouden voelen, zijn daarvan het bewijs.  
  
Werken aan verbondenheid in de kinderopvang
Verbondenheid is géén methodiek. Je kan niet simpelweg een aantal activiteiten aanpassen en dan zeggen dat je rond verbondenheid werkt. Verbondenheid gaat verder: het is een houding. Daarom is het echt wel belangrijkrijk om jezelf af te vragen waarom je verbondenheid belangrijkrijk vindt. Wij geven je alvast enkele belangrijke tips. 

Verbondenheid met anderen: andere kinderen, opvoeders, leerkrachten, begeleiders, ouders,...

Het experiment van Harlow (de ijzerenmoederaap versus de badstofmoederaap)  leert ons dat fysiek contact cruciaal is voor de ontwikkeling van elk kind. Door aanrakingen voelen we ons geliefd en verbonden met de ander. In de kinderopvang zijn kusjes en knuffels maatschappelijk dik aanvaard. Op scholen ligt dit vaak al wat moeilijker en is dit zelfs een taboe. Uiteraard is fysiek contact niet de enige manier om je verbonden te voelen met anderen. Gelukkig maar, want in de coronacrisis mogen we elkaar helemaal niet aanraken. Maar hoe laat je dan wel je warmte, empathie en geborgenheid zien aan een jong kind? 

Onderschat non-verbale communicatie niet! Onderzoek toont aan dat we grotendeels ons lichaam gebruiken om te communiceren over hoe we ons voelen. Slechts 9% van die communicatie gaat via gesproken woorden. Lichaamstaal zie je op verschillende manieren: aankijken, (glim)lachen, naar het kind toe buigen, een open houding, op hoogte van het kind, gekke bekken trekken, knipogen, wijzen,...

Uiteraard vullen we non-verbale communicatie aan met gesproken woorden. Het horen van een vertrouwde stem kan al zorgen voor verbondenheid tussen jou en het kind. Stel oprechte vragen aan het kind en wacht op een antwoord. Bij jonge kinderen zijn we sneller geneigd om een antwoord in zijn plaats te geven omdat we denken dat een jong kind nog niet taalvaardig genoeg is. Durf stiltes te laten vallen en blijf het kind aankijken. Zelfs de jongste kinderen zijn in staat een echt gesprek te voeren! 

Erken en benoem wat een kind voelt, ziet en ervaart. Zo zijn we vaak geneigd om - wanneer een kind valt - te zeggen: ‘ach, het is niet erg. Sta maar weer recht.’. We zeggen dit met de beste bedoelingen, maar stel je voor dat jij het bent die valt. Zou jij je verbonden voelen met degene die zegt: ‘het is niet erg.’? Vast niet. Probeer je in te leven in het kind en toets af: ‘je bent verdrietig omdat je net bent gevallen, hé?’. Wil je verder aan de slag met gevoelens en emoties om meer verbondenheid te creëren tussen jou en de kinderen? Bekijk dan zeker ‘De doos vol gevoelens’. 

Wees alert voor de dingen die spelen in het leven van het kind. Is het kind in het weekend naar de zoo geweest? Vraag bijvoorbeeld welke dieren het heeft gezien en met wie het ernaartoe is gegaan. Daarnaast heb je vast ook al wel gemerkt hoe fier kinderen zijn als je hen aanspreekt over een nieuwe trui of broek. Ze voelen dat jij hen hebt opgemerkt en dat je interesse hebt voor wat er bij hen leeft. Deze oprechte interesse laat je een stapje dichter  bij het kind staan. 

Verbondenheid met leeftijdsgenoten 
Dit is voor jonge kinderen niet evident omdat ze nogal gericht zijn op hun ‘ikje’. Net daarom hebben ze jouw hulp nodig om hen te ondersteunen in hun zoektocht naar verbondenheid.

Denk daarbij aan dagelijkse kringmomenten en aanwezigheidsborden waarbij de focus ligt op ‘het samenzijn’ en het genieten van elkaars aanwezigheid. Daarnaast kan je kinderen stimuleren om elkaar te helpen. Het is vaak mooi om te zien hoe de oudste peuters het fopspeen gaan teruggeven aan een baby. Mooi, hé,  die eerste tekenen van zorgzaamheid en verbondenheid. Natuurlijk gebeurt het ook wel eens dat kinderen ruzie maken. Ook dat is de ideale gelegenheid om verbondenheid te stimuleren. Moedig kinderen aan om zelf hun ruzie bij te leggen en compromissen te zoeken.

Verbinden, alleen maar verbinden
Laat het duidelijk zijn: samen genieten, feesten en dansen werkt verbindend. Kijk maar naar de balkonoptredens in Italië. Bij kinderen is dat dus echt niet anders; samen plezier kunnen maken, schept een band.  Als ze dan ook nog eens kunnen terugblikken op groepsmomenten aan de hand van foto’s stimuleer je  de verbondenheid des te meer. 
Of om het met de woorden van Ferre Laevers te zeggen: ‘Link, only link’ (Verbinden, alleen maar verbinden). 

Stay connected

Thaila


Reacties

Populaire posts van deze blog

Over minder of net meer welbevinden? - Ludo Heylen

De onderzoeken van TIMMS (een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in wiskunde en wetenschappen, afgenomen in 2019) zijn gepubliceerd en zorgen voor heel wat onrust. Door de blijvende dalende trend in de resultaten voor zowel wiskunde als wetenschappen dreigt Vlaanderen zijn positie in de topgroep verloren te zien gaan [1] . Bij begrijpend lezen was dat ook al zo (Pisa 2018) [2] .  En dus gaat het hele onderwijslandschap op de schop. Net als twee jaren geleden wordt in allerlei media – vaak door dezelfde auteurs - een beschuldigende vinger opgestoken naar het feit dat Vlaanderen te veel zou bezig zijn met welbevinden, met het prettig maken van de lessen en niet met de essentie van het onderwijsverhaal. Koen Daniëls (NVA) zei onlangs op de radio dat er te veel was ingezet op welbevinden en dat de slinger is doorgeslagen. Maar gaat het wel om een of-of-discussie? Is het niet én-én? Hebben we het welbevinden niet nodig om goede leerresultaten te kunnen nastreven

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

  Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk? Twijfel Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht. Alf

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w