Doorgaan naar hoofdcontent

Mama, waarom gaan we vijf dagen naar school?! - Nele Van Oosten


Waarvan ik droom, stiekem... en nu iets minder stiekem aangezien ik het met jullie deel...
Dat deze periode nu nét die springplank tot innovatie kan zijn. Alle evidenties blijken immers plots niet meer zo evident. Deze en wie weet de komende periode dwingt ons om heel nauwgezet en kritisch naar het schoolconcept in al zijn facetten te kijken.

Een zestal jaar gelden botste ik als per toeval op een online reportage “Found in the forest”. Als onderzoekconcept hebben ze met ganse gemeenschap uitgezocht wat school eigenlijk is. Hoe zou school eruit zien als je de invulboeken, de leerjaren, de testen en de muren weghaalt?

www.foundintheforest.com

Helemaal omvergeblazen toen door de simplistische vraag en aanpak: we maken buiten school met de hele gemeenschap. Dat vraagstuk heeft me nooit meer losgelaten en is nog steeds mijn drijvende kracht in alle innovatietrajecten die ik mee mag begeleiden.

Anders kijken
Laat ANDERS KIJKEN nu net de eerste stap zijn die nodig is in het innoveren! Wat is school eigenlijk? Wat is onze bedoeling? Wat staat er in onze missie én doen we wat we zeggen?
Ik vertel er graag onze ervaring van de laatste zomer bij. Dochterlief belandt in het Kinderkrankenhaus in Innsbruck na een stevige val met de fiets. Alles liep daar anders dan wat ik verwachtte, dan wat ik kende. Tot de hoofdverpleegkundige me uitlegde dat ook zij net die denkoefening hadden gemaakt en zich enkele fundamentele vragen hadden gesteld. 'Wat is onze bedoeling? Kinderen zo gezond mogelijk krijgen. Wat voor een ziekenhuis hebben we daarvoor nodig en wat helpt hélemaal niet?'

Er is dus geen ontbijt aan bed, maar een ontbijtkamer mét buffetje en een lief omaatje dat koffie of chocolademelk schenkt.  De behandelende arts staat er altijd om 8u aan je bed, want van wachten en onduidelijkheid worden kinderen (en hun ouders) nu eenmaal niet beter. Zieke kinderen blijven niet op de kamer, maar worden met bed en al naar aangename ‘speel/leerplekken’ gebracht om spelletjes te spelen, te lezen, te knutselen…want kinderen die bezig zijn, genezen sneller. De  hoofdverpleegkundige observeert op diezelfde plek om te bekijken hoe het gaat met de kinderen.

Anders denken
Week 3 in de lockdown... Zoonlief vraagt me heel oprecht en ook wel een beetje verontwaardigd: 'Waarom gaan wij eigenlijk vijf dagen naar school? Ik heb mijn leraren geen vijf dagen nodig. Misschien kan ik wel drie dagen gaan en één of twee daagjes thuis werken...' Dat thuiswerk, hij zag er al graten in!
Laten we ook school eens bekijken vanuit dit standpunt en ons afvragen: wat hebben we nodig om te bereiken wat wij voor ogen hebben? Wat is onze bedoeling en hoe willen we dat realiseren? Nu we geen klaslokaal hebben en er geen lijfelijk contact is… Dan gaan we ook anders DENKEN: wat werkt, ook wetenschappelijk gezien?  Wat hebben onze leerlingen en onze leerkrachten nodig?
Om daarna anders te gaan HANDELEN…

Mag ik luidop dromen?
We maakten met z’n allen massaal online lespakketten, gingen veel sneller dan we ooit durfden dromen écht helemaal digitaal. Velen kwamen uit de comfortzone, anderen tilden hun collega’s mee op. Maar wat missen we het contact, de knipoog, het feedback geven, naast een jongere gaan staan op de speelplaats, snel tussendoor een lief complimentje geven en sloten (koude..) koffie uit het leraarslokaal. De kracht van de leerkracht kunnen we niet helemaal uitspelen nu. Wij zijn mensen-mensen, net dat is ons talent! Dat moeten we als basisingrediënt altijd behouden, dat heeft deze periode wel heel helder laten zien.

De school van de zoon werkt al innovatief en zelfsturend, zij en hun leerlingen plukken er nu duidelijk de vruchten van. Want net die zelfsturing is zo belangrijk, het maakt dat je je leerlingen kan vertrouwen met de autonomie die je hen geeft. Zij kunnen de verantwoordelijkheid aan die erbij hoort. 
Hoe zou het zijn als je je eigen leerwegen mee kan bepalen: blended voor Latijn, zelfgestuurd en meer thuiswerk voor wiskunde en dan toch maar het hele fysieke pakketje voor Frans?
Hoe zou het zijn als er bijgevolg ook niet per se vaste klassen zouden zijn maar wel leerruimtes of speelleerplekken?
Hoe zou het zijn als zelfsturing, speeltijd (rond de 7u per week in de fysieke school!) en gelukslessen de hoofdvakken zouden zijn?
Hoe zou het zijn als we dan echt in teamverband en talentgedreven naar de leertijd kijken en als leercoaches fungeren?
Hoe zou het zijn om onze leerlingen als volwaardige partner in dit droomproces mee te nemen?

Daarvan droom ik dus, gewoon luidop!
Dat we het beste uit twee werelden meenemen naar het ‘nieuwe normaal’: we behouden wat goed zat en nemen de nieuw geleerde lessen uit het afstandsleren mee.

Nele


Reacties

Populaire posts van deze blog

Paniek! - Marieke Holvoet

Paniek! Mijn derde kleuter moet volgend jaar naar het eerste leerjaar. “Mijn dochter gaat volgend jaar naar het eerste leerjaar en daar zal ze niet klaar voor zijn!” Vanop 2 meter afstand hoor ik de wanhoopskreet van mijn vriendin aan. Ze schat haar ouderschapskwaliteiten heel laag in want de juf gaf reeds opdrachten mee die zij, als niet-perfecte moeder (wie is dat wel?), mooi maar vol schuldgevoel aan de kant heeft geschoven. “Ik kan het niet opbrengen…ik ben al blij als ik eens zelf kook en geen kant-en-klare maaltijd bestel.” De suggesties van de juf om letterkoekjes te bakken, samen paardjesspel te spelen en de letters uit de krant te knippen, werden voor dochterlief heimelijk verzwegen.  Veel ouders zitten in hetzelfde schuitje. En ja, hun kind maakt volgend jaar de stap naar het eerste leerjaar. “Op school leren ze zo veel.” Klopt! Maar de school is er nu even niet. Een andere context vraagt andere manieren van leren.  De schrik slaat zowel ouders als leerkrachten ui

Terug naar de opvang na corona? Da's even wennen! - Laura Van de Voorde

Hoe je de verbondenheid tussen de kinderen en de opvang kan behouden...  Vroeg of laat loopt de coronacrisis op zijn einde en komen al de kinderen terug naar de opvang. Verschillende kinderen zijn natuurlijk al een hele periode niet in de kinderopvang geweest en ook voor de medewerkers zal het weer aanpassen zijn. We zullen dus misschien niet bij ieder kind van een ‘blij weerzien’ kunnen spreken. Het is dan ook belangrijk dat kinderen tijdens hun afwezigheid de ‘feeling’ met de opvang niet volledig verliezen. Maar daarnaast zal er ook opnieuw aandacht moeten zijn voor het ‘wenproces’.  Voor de kinderen die momenteel niet naar de opvang komen, is het belangrijk dat ze op de ene of andere manier toch verbonden blijven met de opvang. Dit kan het opnieuw starten na een langere afwezigheid vergemakkelijken. Maar hoe doe je dit dan? Hieronder zet ik alvast enkele tips op een rijtje.  Nodig de ouders uit voor een ‘raam bezoekje’  Ouders die in de buurt wonen, kunnen eens kom