Doorgaan naar hoofdcontent

Buitenspelen anders bekeken - Veronique Steen & Elisabeth Van Mol

Spelen is iets wat kinderen van nature uit doen, het is hun manier om zichzelf en de wereld te ontdekken. Spelen in de natuur en met natuurelementen legt bij kinderen de basis voor een houding van respect en zorg voor deze planeet.  

De huidige coronacrisis illustreert heel goed de nood hieraan: als we de wetenschappers beluisteren dan heeft deze crisis te maken met de manier waarop de mens omgaat met de natuur en met onze vervreemding ervan.
Laat het duidelijk zijn, we moeten de natuur respecteren. Wij hebben de natuur nodig om te overleven en niet andersom. Om op wereldniveau verandering te realiseren moeten we klein beginnen, bij de kinderen dus.

We geven graag inspiratie mee hoe je aan de verbondenheid tussen kind en natuur elke dag kan meewerken. 

De zintuigen

Je verbindt je vooral met je omgeving door je zintuigen: kijken, horen, proeven, ruiken en voelen.
Buiten kunnen baby’s kijken naar wat er beweegt: bladeren die ritselen in de wind, de wolken die voorbijvliegen, vogels die op de takken van de boom trippelen en dan weer wegvliegen, schaduwplekjes op de muren, de zon die glinstert in een bak water. 
Zet een spiegel schuin in de buurt van een baby terwijl die op z'n buik ligt. Zo maak je het spannend! In de spiegel zien ze immers ook bomen en de wolken.

Maak mobielen voor boven de wipstoel met natuurlijke materialen waar de kleintjes naar kunnen kijken en die ze kunnen aanraken. Dit is wellicht totaal anders dan wat er doorgaans boven hun wipstoel hangt.

Met grotere kinderen kan je op speurtocht gaan. Samen het spoor van een slak volgen, met een loep op zoek gaan naar kriebeldiertjes onder takken of stenen. Zoek verschillende kleuren bloemen en maak er een raamdecoratie mee. Er valt genoeg te ondernemen!

In de natuur vind je dingen die anders aanvoelen door hun textuur, zoals bladeren, noten, dennenappels, mos, nat of droog zand, enzovoort. Het biedt kansen om in gesprek te gaan over tegenstellingen. Hoe voelt het aan? Is het eerder hard of zacht, nat of droog, ruw of glad.  
Ook het weer kan je voelen: de regen maakt je nat, de zon maakt je warm, de wind blaast in je gezicht. 
Hoe vaak kunnen kinderen op hun blote voeten rondlopen? Op het gras lopen met je schoenen of op je blote voeten geeft een andere beleving. Een blotevoetenpad of voelpad creëren is ook een fijne zintuiglijke ervaring.

Bewegen

Naast het inzetten van al je zintuigen is er buiten ook meer ruimte om te bewegen. Als er in de buitenruimte verschillende ondergronden en niveauverschillen zijn, dan is kruipen en stappen een andere uitdaging dan binnen op een glad oppervlak. 

Je kan hindernissen maken en spelmateriaal aanbieden die de grove of fijne motoriek stimuleren. Denk maar aan kleine boomstammen in de grond om over te lopen of om op te klauteren, bezems om bladeren bijeen te vegen, kruiwagens om de bladeren in te laden of emmers vullen in de zandbak.
De buitenruimte
Net zoals binnen kunnen er buiten verschillende speelzones worden gecreëerd. Je kan een plek voorzien waar kinderen kunnen fietsen, maar ook wegkruipplekjes (bv. door een wilgenhut te maken) of een hoekje afgebakend met struiken. 
Natuur is niet afgeborsteld dus plekjes die nog wat ‘wild’ zijn geven mogelijkheden om op ontdekking te gaan, om met stokjes in de aarde te krabben, om beestjes te zoeken onder een boomstammetje of onder stenen, waar er zich plassen vormen na een regenbui waar ze kunnen in springen.

Natuur kan je ook binnenhalen 

Plant samen met de kinderen wat zaadjes of laat de wind binnen door een openstaand raam en kijk samen naar de bewegende linten die je hebt opgehangen. Kijk bij het goedemorgen-moment samen naar buiten en heb het even over het weer. We moeten het echt niet te ver zoeken. Nu is de natuur dikwijls iets geworden waar je naartoe moet gaan in plaats van iets waarin je leeft, elke dag. 
Door de natuur deel te laten uitmaken van de leefwereld van kinderen, wordt het niet meer iets wat je af en toe onder de aandacht brengt maar iets wat in alles verweven zit. Als je hier zelf aandacht voor hebt, zullen de kinderen er ook aandacht voor krijgen. Door te kijken naar de verwondering van kinderen die dikwijls ontstaat uit de eenvoudigste dingen kan je zelf ook terug tot verwondering komen.

Visie

Er zijn mogelijkheden genoeg om met buitenspelen en natuurbeleving aan de slag te gaan. Stel jezelf de vraag welke plaats jullie buitenruimte en het buiten spelen met kinderen krijgt in jullie werking? Wanneer je hier bewuste keuzes in maakt ben je eigenlijk een visie aan het ontwikkelen.
Om je visie kracht bij te zetten kan je ook enkele dingen zelf voorzien, zoals laarsjes of buitenspeelpakjes, waarmee de kinderen onbegrensd (en in alle weersomstandigheden) kunnen ravotten. Uiteraard kan je ook ouders hierin betrekken. Sommigen zullen bij afloop van de opvang, de laarsjes of pakjes misschien wel schenken aan jullie opvang. Zo kan je zelf een reserve opbouwen.


Dit zijn slechts enkele ideeën hoe je verbondenheid kan creëren en natuurbeleving kan binnenbrengen in je opvang. We nodigen je uit om mee na te denken hoe je je binnen- én buitenruimte boeiend en avontuurlijk kan maken.

Veronique & Elisabeth


Reacties

Populaire posts van deze blog

Over minder of net meer welbevinden? - Ludo Heylen

De onderzoeken van TIMMS (een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in wiskunde en wetenschappen, afgenomen in 2019) zijn gepubliceerd en zorgen voor heel wat onrust. Door de blijvende dalende trend in de resultaten voor zowel wiskunde als wetenschappen dreigt Vlaanderen zijn positie in de topgroep verloren te zien gaan [1] . Bij begrijpend lezen was dat ook al zo (Pisa 2018) [2] .  En dus gaat het hele onderwijslandschap op de schop. Net als twee jaren geleden wordt in allerlei media – vaak door dezelfde auteurs - een beschuldigende vinger opgestoken naar het feit dat Vlaanderen te veel zou bezig zijn met welbevinden, met het prettig maken van de lessen en niet met de essentie van het onderwijsverhaal. Koen Daniëls (NVA) zei onlangs op de radio dat er te veel was ingezet op welbevinden en dat de slinger is doorgeslagen. Maar gaat het wel om een of-of-discussie? Is het niet én-én? Hebben we het welbevinden niet nodig om goede leerresultaten te kunnen nastreven

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

  Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk? Twijfel Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht. Alf

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w