Doorgaan naar hoofdcontent

Het spelbord. Blijf trouw aan je visie! - Marieke Holvoet

 

Nieuwe spelregels       

Terwijl we de handgel rijkelijk laten vloeien en de afstand goed bewaren,  zijn er dit schooljaar veel nieuwe spelregels van kracht: mondmaskers in het secundair, in de lagere school mag samenspelen op de speelplaats, streven naar een minimum aan thuisonderwijs, … Maar we kunnen weer naar school! We kunnen nieuwe kinderen en leerlingen ontmoeten! We kunnen met hernieuwde energie een nieuwe groep verwelkomen. Het is een moment om jezelf opnieuw te laten kennen en je werking met een nieuwe groep  te upgraden.


Pionnen herschikt

Maar ook intern werden de pionnen herschikt. Nieuwe collega’s doen hun intrede, dezelfde mensen palmen  andere posities in, aangepaste samenwerkingen, … Nu de pionnen anders staan is het opnieuw wennen en zoeken naar een evenwicht tijdens het opstarten, eerste bijeenkomsten van werkgroepjes, contacten leggen en doelen bepalen …

Tuckman benoemt de 4 stadia van groepsvorming: forming, storming, norming en performing. Bij een nieuwe start ga je eerst verkennen welk vlees je in de kuip hebt, aftasten wat de bedoelingen zijn (forming). Je gaat samen een glas drinken op het nieuwe jaar, een eerste overleg,… waarop meestal een meer turbulente fase (storming) volgt. Doorheen meningsverschillen en kleine conflictjen zoekt iedereen opnieuw zijn positie. Discussies om wie welke inhoud zal brengen, hoe het lokaal wordt ingericht, wie welke taak op zich zal nemen, … om dan tot rust te komen in de norming fase (met duidelijkheid over rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden) waardoor er opnieuw doelgerichter  en vlotter kan samengewerkt worden (performing).

Er is een grote dynamiek van zoeken, schuiven en aftasten met collega’s  en intussen loopt het runnen en begeleiden van je klas lekker door… waar  je leerlingen hetzelfde spel van forming tot performing ziet spelen. 



Verschuivingen

Door het schooljaar te starten met deze nieuwe beginsituatie kunnen ook op structureel vlak nieuwe noden en verwachtingen aan de oppervlakte komen. Wanneer bij monopoly straten, huizen en hotels op het spelbord verschijnen transformeert de speler in grootgrondbezitter, schuldeiser of rentenier. Zo merk je in scholen bij een nieuwe start soms leerkrachten die meer inspraak willen, een directie die een duidelijkere afbakening van taken nastreeft of ouders die meer informatie vragen, …

Organisaties zijn niet massief. Ze zijn onderhevig aan de tijdsgeest, aan de mensen die er actief in zijn en aan de opportuniteiten die zich aanbieden. Frederic Laloux omschrijft in zijn boek Reïnventing organisations hoe het veranderend wereldbeeld de structuur binnen organisaties beïnvloedt. Scholen beweren vaak dat ze niet meestappen in dezelfde tendensen waar privéorganisaties onderhevig aan zijn maar beïnvloed wordt de school zeker ook. De school is namelijk geen eilandje op zichzelf, die speelt het grotere spel van de samenleving netjes mee. Eindtermen bereiken, openbare doorlichtingsverslagen, uitpakken met nieuwe technologieën, hogere onkosten omwille van corona, …


De dobbelsteen blijft rollen

Situaties blijven veranderen en de spelers gebruiken hun troeven. Maak er als school je eigen spel van. Blijf niet vast zitten in een vorm maar laat je missie en je doel bepalen welke straten, huizen of hotels je zal aankopen. Keer terug naar je kern wanneer je speerpunten of afspraken vastlegt.

Je kan flexibel omgaan met de vorm, maar blijft altijd trouw aan je missie en visie! Hierbij zal je ongetwijfeld enkele keren passeren  langs ‘start’… back to basics… maar veel kans dat dit uiteindelijk een bonus zal opleveren.

 

Bron:

Laloux, F. (2019). Reïnventing Organisations (7de editie). Tielt, België: LannooCampus.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over minder of net meer welbevinden? - Ludo Heylen

De onderzoeken van TIMMS (een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in wiskunde en wetenschappen, afgenomen in 2019) zijn gepubliceerd en zorgen voor heel wat onrust. Door de blijvende dalende trend in de resultaten voor zowel wiskunde als wetenschappen dreigt Vlaanderen zijn positie in de topgroep verloren te zien gaan [1] . Bij begrijpend lezen was dat ook al zo (Pisa 2018) [2] .  En dus gaat het hele onderwijslandschap op de schop. Net als twee jaren geleden wordt in allerlei media – vaak door dezelfde auteurs - een beschuldigende vinger opgestoken naar het feit dat Vlaanderen te veel zou bezig zijn met welbevinden, met het prettig maken van de lessen en niet met de essentie van het onderwijsverhaal. Koen Daniëls (NVA) zei onlangs op de radio dat er te veel was ingezet op welbevinden en dat de slinger is doorgeslagen. Maar gaat het wel om een of-of-discussie? Is het niet én-én? Hebben we het welbevinden niet nodig om goede leerresultaten te kunnen nastreven

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

  Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk? Twijfel Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht. Alf

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w