Doorgaan naar hoofdcontent

Ouderbetrokkenheid: wie warmte geeft, krijgt warmte terug. - Ludo Heylen

Elzenhof is een school voor buitengewoon onderwijs. 109 kinderen kunnen er terecht voor het  basisaanbod (vroegere type 1 en 8), voor type 3 of type 9 onderwijs. Het is  een dynamische school die een aantal jaren geleden resoluut heeft gekozen om op een andere manier met de ouders te gaan samenwerken.  Ze spreken zelf van een “mindshift”: ze zijn anders gaan denken over de inbreng van ouders. Om die inbreng van ouder te kunnen garanderen is er vooral vertrouwen nodig. Dat zeggen Anne Broos, Gok-coördinator en Martine Lowet, directeur van de school.

 


Vertrouwen krijgen

Martine: “Vertrouwen winnen betekent ouders beter leren kennen, drempels wegwerken, echt geïnteresseerd luisteren en de deskundigheid van ouders erkennen en omarmen. Ook laten aanvoelen dat de school steeds het beste wil voor hun kind en begaan is met hoe hun kind ontwikkelt. Niet vanuit een belerende houding wel vanuit een open geest met oog voor de bezorgdheden van de ouders.”  Een goede band opbouwen vraagt veel energie en tijd. Maar het rendeert. Ten tijde van corona kwamen 96 ouders op zaterdagmorgen de oefenpakketjes voor hun kinderen ophalen. Ze stonden er elke week en er werd wat tijd gemaakt voor een babbel. Voor 8 gezinnen werden de pakketjes aan huis bezorgd omdat ze zich niet konden verplaatsen. Slechts 4 gezinnen bleven ondanks aanklampend werken niet regelmatig bereikbaar. Dit zijn sensationele resultaten als je bedenkt dat 40% van de moeders geen diploma SO hebben.   

Anne: “Dit bereik je natuurlijk niet van vandaag op morgen. Het is een proces van jaren maar we zijn nu op een punt waar we voelen dat de band met onze ouders sterk is. Dat de school voor hen betekenis heeft en dat ze zich partners voelen van onze school.” “Het zit soms in kleine zaken. “ zegt Martine, “Ik praat vaak dialect met hen. Dan voelen ze zich minder bedreigd. We gaan op zoek wie een goede band heeft met het gezin en kiezen dan voor één vast aanspreekpunt. Het is steeds dezelfde persoon die contact opneemt, die het vertrouwen heeft en ook weet hoe het gezin moet benaderd worden.  In plaats van teksten, maken we informatiefilmpjes. Die zijn veel laagdrempeliger en worden dan ook veel bekeken. ”


Met kleine stappen

Anne: “Een aantal jaren terug hebben we de definitieve shift gemaakt. We wilden anders gaan samenwerken met ouders; we wilden een betere communicatie. We wilden investeren in de relatie met de ouders. We wilden ouders zien als noodzakelijke partners om de ontwikkeling van het kind maximaal te kunnen laten verlopen.”

Welk concrete initiatieven hebben ze ondernomen:

·        In de derde week van september worden ouders uitgenodigd op een informatieve klassenraad. Alle leerkrachten en specialisten die met het kind werken zijn aanwezig en de ouders worden bevraagd als specialist van hun kind. Het is voor ouders een pakkende ervaring te zien dat hun mening evenwaardig meetelt naast de mening van de specialisten. Ze ervaren onmiddellijk dat hun inbreng ertoe doet.

·        Eind september worden alle ouders opgebeld (door de vaste contactpersoon) en gevraagd naar hun beleving en de beleving van hun kind. Het is de bedoeling de communicatie open te houden. Het kan dan gaan over de informatieve klassenraad, opendeurdagen, dagelijkse fait divers,...

·        Er is een schoolkrantje. Het is in eenvoudig taal opgesteld, laagdrempelig en met prenten. Elke editie heeft een opvoedingstip voor de ouders/leerkrachten. De school beseft dat ze met het schoolkrantje nog steeds niet iedereen bereiken.

·        Het is de bedoeling om het oudercomité representatief te laten zijn voor de hele schoolpopulatie. Er wordt heel sterk ingezet om ook kansengroepen vertegenwoordigd te zien in het oudercomité. Dat vraagt extra inspanningen. Mensen worden aangesproken om deel te nemen omdat de school gelooft dat als ouders fier zijn en deel kunnen nemen aan zo’n oudercomité, dit ook afstraalt op het kind. Het lukt redelijk om een goede mix te krijgen in het oudercomité.

·        Oudercafé. Er wordt regelmatig een oudercafé georganiseerd met thee en koffie. Het is de plaats waar ouders hulp kunnen krijgen bij inloggen op computers, bij het vertalen van teksten naar hun thuistaal of andere zaken. Het zijn ook vaak ouders die ouders helpen. Het is een plek waar ouders zich gewaardeerd en welkom voelen. Ook hier wordt nog niet iedereen bereikt maar blijft de school inzetten op het breder bekendmaken van het initiatief.

·        De uitleg van picto’s wordt ook in de eigen taal voorzien zodat anderstaligen makkelijker mee zijn.

·        Ouders maken allerlei zaken voor de kerstmarkt en nemen er graag deel. Anderstaligen voelen zich hier erg door aangesproken en het is altijd een leuke bedoening.

·        Er wordt ook aan ouders gevraagd om iets voor te komen stellen in de klas zoals het maken van een vogelnestje. Veel ouders zijn daartoe  bereid maar leerkrachten maken er nog te weinig gebruik van. Leerkrachten  hebben vooral schrik van de reacties van kinderen bij crisissituaties en de impact daarvan op de ouders. 

·        In het complementenboekje schrijven kinderen complementen over andere kinderen. Ouders krijgen zo ook een ander perspectief van hoe hun kind in de klas ervaren wordt.

·        In corona tijd zijn computers ter beschikking gesteld vanuit de stad voor de kansengroepen. De school heeft geïnvesteerd in het informeren en ondersteunen van ouders en gezinnen  in het gebruik ervan.

·        Smartschool bleek veel te moeilijk voor een grote groep ouders en dus is er op zoek gegaan naar een aangepast systeem van communicatie.

 

Aanklampend werken

Zoals reeds beschreven is ouderbetrokkenheid een kwestie van anders kijken naar ouders. De school vindt dat ze zonder de ouders geen goed onderwijs kan aanbieden. Ze willen het samen doen en dus investeren ze erin. Ouders worden heel vaak opgebeld, altijd met een open blik, met de glimlach al was het maar om te zeggen dat de school er altijd wil zijn voor hun en de kinderen. In corona tijden is het zelfs wekelijks of dagelijks bellen als kinderen niet reageren op berichten of opdrachten. Het is aanklampend werken en duidelijk laten zien: “we laten je niet los!” We willen jou erbij!” “Je bent belangrijk voor ons!” We willen weten hoe het met je gaat!”. Voor de groep anderstaligen was dat aanvankelijk helemaal niet makkelijk maar ook hier zijn belangrijke stappen gezet waar er nu vaste afspraken zijn, waar er hulp is bij computer gebruik, waar de drempels tussen school en gezin steeds vervagen.


Duidelijke communicatie

Ouderbetrokkenheid begint met een positieve communicatie. Veel communicatie naar ouders start met volgende zinnen “Dankzij jullie..”; “Bedankt voor jullie engagement..” ; “We waren blij verrast met jullie opmerking..” “Tof dat jullie elke zaterdag hier staan, dat waarderen we heel erg..” Met andere woorden de inzet van ouders wordt gewaardeerd; verwoord en teruggekoppeld. Het wordt niet als een evidentie beschouwd. Door die waarderende benadering ervaren ouders zich gerespecteerd en groeit het vertrouwen in de school. Ze voelen dat ze belangrijk zijn. En dat is natuurlijk ook zo: ouders zijn de ervaringsdeskundigen van hun kind. Ze brengen een schat aan informatie mee die je nodig hebt om ook in de school dat kind maximaal te laten ontwikkelen.   


Ouderbetrokkenheid loont

Martine: “Een mama heeft spontaan op het secretariaat 50 wenskaarten afgeleverd. Reden: omwille van het feit dat we geen schoolfeest kunnen houden en dan geen inkomsten hebben, heeft de mama met haar dochtertje wenskaarten voor de school gemaakt om te verkopen tijdens de volgende kerstmarkt. En dan ben je dankbaar voor zulke lieve ouders.” Ouderbetrokkenheid loont op vele verschillende terreinen: het geeft de school energie, het geeft de school een gevoel van “goed bezig te zijn”, het geeft warmte, het geeft gedragenheid voor soms ook moeilijke beslissingen, het geeft meer slagkracht om effectiever te zijn.

Ludo Heylen

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over minder of net meer welbevinden? - Ludo Heylen

De onderzoeken van TIMMS (een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in wiskunde en wetenschappen, afgenomen in 2019) zijn gepubliceerd en zorgen voor heel wat onrust. Door de blijvende dalende trend in de resultaten voor zowel wiskunde als wetenschappen dreigt Vlaanderen zijn positie in de topgroep verloren te zien gaan [1] . Bij begrijpend lezen was dat ook al zo (Pisa 2018) [2] .  En dus gaat het hele onderwijslandschap op de schop. Net als twee jaren geleden wordt in allerlei media – vaak door dezelfde auteurs - een beschuldigende vinger opgestoken naar het feit dat Vlaanderen te veel zou bezig zijn met welbevinden, met het prettig maken van de lessen en niet met de essentie van het onderwijsverhaal. Koen Daniëls (NVA) zei onlangs op de radio dat er te veel was ingezet op welbevinden en dat de slinger is doorgeslagen. Maar gaat het wel om een of-of-discussie? Is het niet én-én? Hebben we het welbevinden niet nodig om goede leerresultaten te kunnen nastreven

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

  Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk? Twijfel Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht. Alf

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w