Doorgaan naar hoofdcontent

CEGO ThuiswerkTip: je werkwinkel of routeplanner op orde - Ivan Van Gucht

Nu je als leraar, al dan niet in beurtrol, gedwongen bent om thuis te werken, kan je de tijd nemen om verschillende zaken op punt te stellen. Zo kan je misschien eindelijk eens die routeplanner of de werkwinkel op orde stellen. Hierbij graag enkele tips en ideetjes.



Een werkwinkel? Een routeplanner?
Met een werkwinkel of routeplanner kun je als leerkracht uitstekend antwoorden op de tempoverschillen in je klas. Kinderen kunnen op een speelse en aantrekkelijke manier leren. Tegelijkertijd bevordert het hun zelfstandigheid. Als leerkracht blijf je zoeken naar gepaste manieren om met die verschillen tussen kinderen om te gaan. Dat is onder meer het geval op vlak van buffertijd. Dat is de tijd die vrijkomt wanneer kinderen een bepaalde taak hebben afgewerkt terwijl anderen nog bezig zijn. Een werkwinkel of routeplanner geeft daarop antwoord vanuit het groeimodel, waarbij kinderen vanuit hun sterke kanten worden aangesproken. Leren gebeurt immers met vallen en opstaan. Daarbij wordt het kind ondersteund om eigen doelen waar te maken, zoals leren waarin het geïnteresseerd is of de aanwezige talenten verder ontwikkelen. Zo kan een positief zelfbeeld groeien en wordt het kind uitgedaagd en gemotiveerd om voortdurend zijn grenzen te verleggen en levenslang te leren. Op die manier stromen kinderen door naar hun eigen leertraject, is ieder stapje hoger een uitdaging en wordt leren een feest.

Je hebt al een routeplanner of werkwinkel in je klas?
1.   Komen alle competenties evenwaardig aan bod?
→Neem het huidige aanbod van je werkwinkel of routeplanner onder de loep vanuit de 9 competenties van de talentenarchipel.
2.   Hoe maak je de link met de eilanden van de archipel duidelijk aan de kinderen?
→Voorzie bijvoorbeeld elke route van een mini-eiland waarop je het bijhorende eiland kleurt.
3.   Is er een evenwichtig aanbod van schoolse en niet-schoolse opdrachten?
→Zorg dat kinderen die graag de schoolse leerinhouden verder inoefenen voldoende oefenkansen vinden. Zo kan je bijvoorbeeld de bestaande reken- en spellingskaarten uit de methode integreren. Bied daarnaast bijvoorbeeld een Rubic’s cube aan om hen dingen te laten proberen die hen uit hun comfortzone halen.
4.   In hoeverre differentieer je in de bestaande routes?
→Voorzie binnen eenzelfde route taken voor beginners en taken voor gevorderden.
5.   Zijn de afspraken nog steeds duidelijk?
→ Op basis van het gebruik van de routeplanner of werkwinkel dien je misschien extra structuur te voorzien voor een optimale werking. Zo kan je bij elke route bv. een aantal vakjes voorzien die aangeven hoe vaak je een route mag bezoeken. In dit voorbeeld mag elke route maximaal 5 keer gekozen worden.
6.   Zijn alle taken voorzien van een zelfcorrectiesleutel?
→Bied bij zoveel mogelijk opdrachten een correctiesleutel aan. Zo krijgen kinderen onmiddellijk feedback op hun gemaakte taak.
7.   Hoe evalueren de kinderen zichzelf?
→Werk een zelfevaluatie uit: hoe ervaren ze het aanbod in je werkwinkel? Welke moeilijkheden komen ze tegen bij het uitvoeren van een taak en hoe pakken ze die dan aan? Zijn de routes nog wel motiverend?

Je hebt nog geen werkwinkel of routeplanner in je klas?
Misschien kan volgend stappenplannetje helpen om een routeplanner of werkwinkel op te zetten:

1. Kies een formule voor je routeplanner
·   Ik wil werken met dezelfde opdrachten voor elk kind en bied enkel oefenstof bij reeds geziene leerstof aan.
·   Ik wil ook  nieuwe leerstof aanbieden door bijvoorbeeld gebruik te maken van instructiefiches.
·   Ik wil werken met gedifferentieerde taken (niveaudifferentiatie vb. zonnetjes, maantjes, sterretjes, enkel individuele opdrachten, opdrachten voor duowerk en/of groepswerk, …)
2. Beslis welke leerstofonderdelen je wenst op te nemen zoals opdrachten voor denkeiland / taaleiland / beeldeiland/ muziekeiland/ beweegeiland/ sameneiland/ fijneiland/ wil- en durfeiland/ wereldeiland

3. Bepaal de omvang
·   Ik wens ____ keer per dag/week/maand aan routeplanner of werkwinkel te doen.
·   Ik wil routeplanner/werkwinkel een vaste plaats geven binnen mijn weekschema.
·   Ik plan daarvoor ____ lesmomenten van ____ minuten routeplanner/werkwinkel.

4. Maak een routeboekje of routeblad met volgende informatie
·   aanduiding moet-taken, mag-taken, niveaus, alleen voor mij, …
·   wie de taak verbetert
·   de maximale werktijd voor bepaalde opdrachten
·   waar je het materiaal vindt
·   of je alleen, per 2 of met meer mag werken
·   ruimte voor reflectie

5. Wie evalueert de taken?
·   Ik evalueer de opdrachten van de leerlingen.
·   De leerlingen reflecteren over elke afgewerkte taak door op taken of in het routeboekje een aanduiding te geven met gezichtjes (moeilijk, niet moeilijk, boeiend, saai)
·   Ik organiseer elke week evaluatiekring.
·   Ik voorzie op de taken of in het routeboekje een plaats waar leerlingen resultaten kunnen noteren.

6. Wie verbetert de taken?
·   Ik kijk al de taken zelf na.
·   Sommige taken verbetert de leerling met een correctiesleutel, de andere taken kijk ik zelf na.
·   Ik voer steekproeven uit.
·   Ik laat sommige taken door medeleerlingen verbeteren.
·   Ik gebruik zelfcorrigerend materiaal.

7. Waar werken de kinderen aan hun taken?

·   De leerlingen werken aan eigen bank.
·   De leerlingen werken in aparte hoeken.
·   De leerlingen werken zowel in hoeken als aan de eigen bank.
·   Ik kan mijn kasten, open rekken, … zodanig herschikken zodat mijn klas functioneler wordt om routeplanner te gebruiken.

8. Hoe worden de afspraken duidelijk gemaakt?
·   Er zijn geen schriftelijke afspraken.
·   De afspraken hangen omhoog in de klas.
·   De afspraken staan vermeld in het routeboekje.
             

Meer info en tips lees je in ‘Differentiatie werkt!’, uitgegeven bij Lannoo (https://www.lannoocampus.be/nl/differenti%C3%ABren-werkt) en binnenkort verkrijgbaar.

Ivan

Reacties

  1. Dag Ivan. Een heel mooie en duidelijke blogpost met nuttige info. Zeer interessant om te delen om met het onderwijsveld. Zou je dit willen toevoegen op KlasCement? https://www.klascement.net/toevoegen/?rfr=add.
    Vriendelijke en gezonde groeten, Nicolas

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste, ik zou ook graag zo'n routeboekje willen opstarten. Hebt u een voorbeeld?

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Over minder of net meer welbevinden? - Ludo Heylen

De onderzoeken van TIMMS (een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in wiskunde en wetenschappen, afgenomen in 2019) zijn gepubliceerd en zorgen voor heel wat onrust. Door de blijvende dalende trend in de resultaten voor zowel wiskunde als wetenschappen dreigt Vlaanderen zijn positie in de topgroep verloren te zien gaan [1] . Bij begrijpend lezen was dat ook al zo (Pisa 2018) [2] .  En dus gaat het hele onderwijslandschap op de schop. Net als twee jaren geleden wordt in allerlei media – vaak door dezelfde auteurs - een beschuldigende vinger opgestoken naar het feit dat Vlaanderen te veel zou bezig zijn met welbevinden, met het prettig maken van de lessen en niet met de essentie van het onderwijsverhaal. Koen Daniëls (NVA) zei onlangs op de radio dat er te veel was ingezet op welbevinden en dat de slinger is doorgeslagen. Maar gaat het wel om een of-of-discussie? Is het niet én-én? Hebben we het welbevinden niet nodig om goede leerresultaten te kunnen nastreven

Zones van nabijheid in de kleuterklas - Marieke Holvoet

  Mamadou en Ole knikken als koorknaapjes. De juf vroeg of ze samen naar het gebouw van de lagere school de ballen kunnen gaan ophalen. Natuurlijk kan de juf wachten tot ze in de speeltijd zelf de ballen op gaat halen bij haar collega maar kinderen willen sommige taakjes maar al te graag van je overnemen. Wie voelt zich niet graag zelfstandig, nuttig en onafhankelijk? Twijfel Er kunnen terecht twijfels geformuleerd worden bij deze aanpak. Kan dit wel? Mag dit? Deze Kinderen staan met blinkende ogen voor je als voorbeeldige partners maar wat als er iets fout gaat. Zullen ze de weg vinden naar de lagere afdeling? Zullen ze terugkeren of in de toiletten blijven spelen? Zullen ze onderweg een willekeurige boekentas openmaken of tikken op gesloten deuren? Misschien ontstaat er onderweg wel ruzie die ontspoort. In elk geval verwacht je dat deze twee rakkers zich heel verantwoordelijk gaan gedragen en dat ze kunnen weerstaan aan al de verleidelijke uitdagingen tijdens deze opdracht. Alf

Kus de talenten wakker! (deel 3) - Laura Van de Voorde & Bart Declercq

Het start in de voorschoolse opvang Over welke talenten praten we? Talentenkiemen of talent-in-wording Een talent is een kiem, een groeipotentieel, waarin heel wat mogelijkheden vervat zitten die – mits veel motivatie en stimulansen – kansen bevatten om uit te groeien tot een bijzonder iets (…). We verleggen het accent hier van ‘iets al goed kunnen’ naar ‘het vooruit willen’. Elk kind heeft immers een enorm groeipotentieel. Via observatie vinden we heel wat waar eenkind in wil en kan groeien (Aerden, 2010).   Marie (24 maanden) kiest een boek uit de kast. Ze gaat hiermee op de stoel van de begeleider zitten. Enthousiast imiteert ze het voorleesmoment. Jules (20 maanden) komt er nieuwsgierig bij zitten. Marie vertelt wat er op de kaft staat. Ze toont de cover aan Jules, slaat het blad om en gaat verder. Tijdens het voorlezen stelt ze vragen aan Jules. Ze gebruikt intonatie en haar mimiek toont dat het verhaal op een gegeven moment best spannend is. Marie geniet duidelijk van w